Stijl



De stijl waarin "Plaggenhut met stokken" geschilderd is, is opvallend te noemen.
Met name als we de periode waarin het werk geschilderd is - eind negentiende eeuw - in ogenschouw nemen.
De gebruikelijke schilderwijze toentertijd was realistisch, gedetailleerd en met een helder koloriet, veelal in de trant van de Haagse school.

Vanwege het ontbreken van een formele opleiding, Vincent was grotendeels autodidact met vallen en opstaan, ontwikkelde hij al snel een geheel eigen stijl.
Dat deze stijl niet gewaardeerd werd blijkt uit de onverkoopbaarheid van zijn werken en het verhaal van de Bredase kisten.

Indien de stijl van "Plaggenhut met stokken" afwijkt van de stijl waarin Vincent van Gogh in Drenthe schilderde wordt hiermee een argument verkregen waarom "Plaggenhut met stokken" niet de 'eerste studie' kan zijn.

De vraag die we kunnen stellen is:
"Komt de stijl van "Plaggenhut met stokken" overeen met de stijl die Vincent van Gogh hanteerde tijdens zijn (korte) verblijf in Drenthe?"


In het boek "De Drentse tijd van Vincent van Gogh", geven de auteurs hier uitsluitsel over:

"Niet alleen de keuze van zijn onderwerpen van het in Drenthe gemaakte werk, ook de manier waarop hij zijn onderwerpen weergeeft vormt een (geleidelijke) ommekeer. In het in Den Haag geschilderde werk komt bijna steeds de wat losse schildertrant van de Haagse School voor, terwijl hij die toets in het in Drenthe geschilderde werk in olieverf helemaal heeft laten varen. Het meest duidelijk komt dat naar voren in de twee geschilderde studies van de plaggenhutten (F17; JH395 en F22; JH421) en in iets mindere mate in "Boerenhuizen tussen de bomen" (F18; JH397), waarop de wolken afsteken tegen een blauwe hemel.
De keten rijzen als donkere schaduwen op uit de al even donkere aarde, de lucht erboven is grauw en vlak. Een van de laatste in Den Haag geschilderde studies "Boerderij in Loosduinen bij Den Haag" (F16; JH391) vormt wat dat aspect betreft al een vooraankondiging.
<...>
Eenmaal in Drenthe en met volle teugen genietend van wat hij hier ziet, treedt er in de wijze van schilderen een duidelijke ommekeer op. Het is niet langer de techniek van de tijdgenoten, maar Van Gogh vindt een heel eigen toon. Het in olieverf geschilderde werk wordt compact uitgewerkt, de hutten lijken op te rijzen uit de donkere grond, de luchten zijn veelal egaal grauw. Niet voor niets vergelijkt hij in zijn brieven als hij aan Theo de wereld waarin hij vertoeft duidelijk wil maken, het geziene met werk van Jules Dupré. In zijn tweede brief vanuit Hoogeveen schrijft hij over zijn bezoek aan een aantal plaggenhutten: "Hoe 't exterieur daarvan in de schemering of even na zonsondergang zich voordoet, kan ik u niet juister zeggen dan u zeker schij van Jules Dupré in herinnering te brengen, dat meen ik van Mesdag behoort, met twee hutten erop, waarvan de mosdaken verbazend diep van toon afkomen tegen een dampige, stoffige avondhemel. Dat is hier.
In het daar gemaakte schilderij heeft Van Gogh, net als zijn veelvuldig geroemde voorbeeld, niet veel oog voor detail. Dit in tegenstelling tot het getekende en in waterverf uitgevoerde werk. Hierin komen belangrijke details naar voren: de indeling van de vensters, de planken in de voorgevel, de dakbedekking. Er is wat dat betreft sprake van een groot verschil tussen het geschilderde en het getekende en in waterverf uitgevoerde werk. Dit verschil kan natuurlijk deels ontstaan zijn doordat Vincent het werken in olieverf in 1883 nog onvoldoende beheerst, terwijl hij zijn tekentalent in Etten en Den Haag al veel sterker ontwikkeld heeft.
Aan de andere kant moet wat de uitvoering van de geschilderde studies betreft niet de invloed van grote voorgangers onderschat worden. De hutten op het schilderij van Dupré, "Avond" vertonen sterke overeenkomst met de versie van Van Gogh.




Ook het Van Gogh Museum vindt Vincents stijl in Drenthe opvallend, zij schrijven in het boek "Vincent van Gogh Schilderijen" bij de bespreking van het schilderij "Boerenhuizen" ("Hutten"), JH395, het volgende:

Net als in de andere twee werken uit Drenthe wilde Van Gogh zich hier oefenen in een juiste afstemming van een donkere voorgrond tegen een lichtere lucht.”

En bij de bespreking van het schildersmateriaal lezen we:

“Kenmerkend voor zijn grote leergierigheid en ambitie was het maken van veel oefeningen in één en hetzelfde onderwerp (koppen, stillevens) waarmee hij routine in de techniek probeerde te verkrijgen.”

Uit bovenstaande fragmenten blijkt dat het niet alleen mogelijk, maar zelfs waarschijnlijk is dat de verloren gegane 'eerste studie' bestaat (of bestond) uit een donkere voorgrond tegen een lichtere lucht.

Wat zien we bij "Plaggenhut met stokken"?..........

Juist, een donkere voorgrond tegen een lichtere lucht.








Plaggenhut met stokken & Vincent van Gogh - door Carl & Ans 2003-2005.


Uiteraard wordt hier de stijl bedoeld zoals deze in Nederland gebruikelijk was. De opkomst van het impressionisme te Parijs was in Nederland nog niet doorgedrongen.

Boerenhuizen
F17/JH395

Huisje met hopen turf
F22/JH421

Boerenhuizen tussen de bomen
F18/JH397

Boerderij in Loosduinen bij Den Haag
F16/JH391

J. Dupré - "Avond"
(1875-1880)

De auteurs verwijzen hier naar de enige twee bekende schilderijen van hutten, te weten "Boerenhuizen" en "Huisje met hopen turf".
Zij wijzen hier op opmerkelijke overeenkomsten met het werk van Dupré.
Naar mijn mening heeft "Plaggenhut met stokken" aanmerkelijk meer overeenkomsten met het schilderij 'Avond' van Dupre.

Plaggenhut met stokken

Met de andere "twee werken" wordt bedoeld de Drentse werken in het bezit van het Van Gogh Museum, t.w. “Twee vrouwen in het veen”, JH409 en “Boerderij met turfhopen”, JH421